Nieuws

Onderzoek naar verschillende bestrijdingen van koprot

  • 28 mei 2018
  • Nieuws

Nu het eerste jaar koprotonderzoek erop zit, is het tijd om terug te kijken. Het doel mag duidelijk zijn: een effectief management op koprot. In het eerste jaar onderzoek stond onder andere het valideren van de waarschuwingssystemen centraal. Daarnaast werd de proef benut voor vroege detectie van koprot door genactiviteitsmetingen.

Onaangename verrassingen

Koprot wordt veroorzaakt door Botrytis aclada, B. allii en B. byssoidae. In het veld vind je geen zichtbare aantasting. Een teler wordt onaangenaam verrast als koprot in de bewaring zichtbaar wordt. De infectie ontstaat echter al op het veld en moet daar dan ook aangepakt worden. De effectiviteit van fungiciden in de strijd tegen botrytis is bekend. Factoren zoals tijdstip, frequentie en de beperkingen bepalen de effectiviteit van bespuitingen. Uiteindelijk is het doel zo weinig mogelijk te spuiten met een maximale effectiviteit.

Verschillende factoren worden onderzocht

Voor elk object in de proef wordt op basis van andere factoren bepaald of een bespuiting nodig is. Voor het eerste object geldt het doorspuitschema met een effectief gewasbeschermingsmiddel tegen koprot. In de praktijk kan dit niet omdat er een beperking zit op het aantal bespuitingen. Om vast te stellen wat maximaal haalbaar is, ligt dit object wel in de proefopstelling. Daarnaast ligt een object waarbij koprot niet wordt bestreden. Deze is bedoeld om aan er achter te komen hoe ernstig koprot in deze proef heeft huisgehouden. Het volgende object wordt op basis van een praktijkschema gespoten waarbij de inzet is het maximaal voorkomen van koprot. Het derde schema is enkel voor de beheersing van algemene ziektes, zoals bladvlekken en valse meeldauw. Mogelijk is er wel een nevenwerking op koprot.

Eerste resultaten

Verder liggen in de proef twee objecten waarbij twee waarschuwingssystemen worden getest. De zogenoemde Beslissing Ondersteunende Systemen (BOS). Bij beide bepaalt de infectiekans het moment van spuiten. In theorie zou door een betere timing van de bespuiting koprot effectiever bestreden worden. De eerste resultaten laten zien dat die laatste twee objecten op andere momenten tegen koprot gespoten zijn dan in een wekelijks schema. De systemen gaven in dezelfde periode een signaal, echter wel met een verschillend spuitadvies. Bij de twee objecten waar gespoten is op basis van een waarschuwingssysteem, is minder koprot waargenomen dan in de praktijkstrategieën. Verder kunnen we nu al zeggen dat de middelen tegen bladvlekken een nevenwerking vertonen op koprot. Met de start van een nieuw teeltseizoen is door de werkgroep besloten om voor beide waarschuwingssystemen een tweede variant te testen, die beter aansluit bij de praktische mogelijkheden voor de teler. Voor validatie van de systemen is het nodig om het meest effectieve middel in te zetten. Echter, een teler kan een middel maar een beperkt aantal keren inzetten en moet dan afwisselen met andere fungiciden. In de nieuwe variant wordt er bij hoog infectierisico het meest effectieve middel ingezet. Bij een lager risico wordt afgewisseld met andere middelen met werking tegen koprot.

Tags